Vijf vragen aan Jan Martens
maker van THE COMMON PEOPLE

THE COMMON PEOPLE is een sociaal experiment. Je eerdere voorstellingen bevatten veel dans. Hoe ben je op het idee gekomen om eens iets anders te gaan doen dan dans?
Voor mij is dit ook dans: twee mensen zoeken een gemeenschappelijke taal die niet gebaseerd is op woorden. Meer en meer worden de duetten metaforen over hoe er in de maatschappij omgegaan wordt met het onbekende: vaak blijven we keihard onze eigen mening roepen, zonder ook maar even stil te staan bij de logica van een ander. Dat vind ik het mooie aan THE COMMON PEOPLE, dat dat op microniveau gebeurt: twee mensen uit soms totaal verschillende werelden ontmoeten elkaar, tasten elkaar af en zoeken samen naar een oplossing om tot een goed einde te komen.

Je weet van te voren niet hoe het totaal plaatje eruit komt te zien, omdat de twee mensen elkaar nog nooit hebben ontmoet. Dit is erg spannend. Wat doet het met jou om over die ontmoeting geen controle te hebben?
Het is erg spannend. En soms word ik er heel erg nerveus van. Maar het is ook erg inspirerend omdat er een extra vertaalslag gebeurt. Normaal gezien vertaal ik mijn ideeën naar die vorm die ik wil en de enige vertaalslag die dan nog gebeurt is die die het publiek maakt. Nu vindt er reeds een vertaalslag plaats voordat het publiek überhaupt begint te ‘lezen’.

THE COMMON PEOPLE wil mensen losmaken van hun schermen. Waar is deze wil om fysiek en humaan contact te creëren vandaan gekomen?
In de wetenschap dat ik het een trieste evolutie vind. De rijkdom van het internet is gigantisch. Maar ik stel me soms de vraag wanneer maatschappij en technologie genoeg geëvolueerd zijn? Dat is voor ieder mens anders, ieders ideale tijdperk om in te leven. Ik heb het gevoel dat de constante impulsen die het internet ons bezorgt intensifiëring in de weg staat. We zijn minder gefocust op één ding, we hoppen van het ene filmpje naar het andere, van de ene kant van de wereld naar de andere. THE COMMON PEOPLE wil een rustpunt bieden en opnieuw trainen. Trainen in kijken en in contact maken.

Je werkt voor deze voorstelling niet met professionals maar met lokale inwoners van Utrecht. Denk je dat dit een groot verschil gaat geven in de spontaniteit en de echtheid van de ontmoetingen?
Dat denk ik wel ja, ook al is de uitdaging voor eventuele professionals hetzelfde: al je kunnen en sociale verdedigingsmechanismen uitzetten en zo je waarachtige ik naar boven laten komen.
Klinkt een beetje als Up with People of Benetton of free 60s love en daar heeft het ook wel wat mee te maken. Maar het wordt toch veel aardser dan dat.

Merk je verschil in publiek tussen verschillende landen en/of steden?
Jazeker. We komen net terug van een onderzoeksresidentie in Tallinn en het was daar toch een pak moeilijker omwille van verschillende redenen: ik en het hele team begrepen echt geen jota van de taal en ook was het heel erg moeilijk om de gezichten te lezen van de deelnemers. Ik kreeg moeilijk hoogte van hen, maar na afloop werd duidelijk dat het voor hen ook een erg fijne ervaring was.
Het was heel erg bijzonder om dit project in Tallinn te doen, veel deelnemers hebben echt nog onder het communistische regime geleefd. Zelf vertelden ze ook dat de Estse bevolking bekend staat voor hun individualiteit en privacy.

Foto: Renate Beense, DansBrabant