Breekbaarheid en transgressie: (naked) bodies in (public) space
een artikel door Karlien Vanhoonacker

Met Guilherme Botelho sloot SPRING vorig jaar zijn festivaleditie af: 12 naakte dansers die quasi de hele voorstelling lang naakt op het podium lagen en liepen (soms met hun geslacht richting publiek) en zo een levende, vibrerende sculptuur vormden die geleidelijk aan transformeerde in Antes: de mens op weg van individu naar sociaal wezen.

Ook in deze editie blijkt er achteraf behoorlijk wat naakt in de voorstellingen te zitten: Schönheitsabend van Florentina Holzinger & Vincent Riebeek. Dit duo neemt Shéhérazade, een ballet uit 1910 van Diaghilev, als vertrekpunt en maakt er een speelse, kitscherige, licht-erotische show met fragiele momenten van. Achter uiterlijke schoonheid, pracht en praal, extravagantie, gaat heel wat breekbaarheid schuil.

Oneka von Schrader combineert in de herwerking van haar afstudeervoorstelling Panda Express, een focus op thee-rituelen met een kinderlijke fascinatie voor plassen. In beide gevallen heeft het naakt van de performers iets uitdagends, maar vooral iets onwaarschijnlijk kinderlijks en naïefs. (In het geval van Oneka wordt dat nog versterkt door de bloemetjeshemden en de kleine bewegingen van de op de grond uitgevoerde thee-rituelen.) Ook hier gaat het niet om het choquerende van porno. Het gaat om het kinderlijke, kwetsbare, mooie maar niet perfecte lijf, van jongens en meisjes, ongeschoren, met blauwe plekken… Het lijf zoals het is.
Meer nog, op geen enkel moment zijn de performers in Panda Express volledig naakt. Wat me doet denken aan een uitspraak van een danser na een voorstelling van Boris Charmatz waarin drie dansers een solo dansen, op een stelling met drie verdiepingen. Afgezien van een wit T-shirt zijn de twee mannelijke en één vrouwelijke danser naakt. ‘Nooit heb ik me zo naakt gevoeld als met dit éne T-shirt’, zei één van de drie dansers. ‘Helemaal naakt zijn, wordt een kostuum. Met enkel een T-shirt aan voel je je pas naakt’. Die intimiteit en kwetsbaarheid, van die eenzame solo’s, die elk op hun etage toch samen werden uitgevoerd, had het publiek de hele voorstelling lang gevoeld.

Jan Martens maakt de toeschouwer deelgenoot van een reeks ontmoetingen in THE COMMON PEOPLE. Sommigen worden gevraagd elkaar aan te raken. Anderen krijgen andere opdrachten, bijvoorbeeld zich uit te kleden maar hun onderbroek aan te houden. Hoe kwetsbaar wil/kan een toeschouwer/deelnemer zich opstellen in een eerste ontmoeting? Hoeveel lijfelijkheid verdraagt een eerste ontmoeting? Waar liggen de maatschappelijke grenzen daar? En hoe bepaal jij als individu je grenzen? Al dan niet voor het oog van het publiek?

Naakt: het is nooit een selectiecriterium (niet in de positieve noch in de negatieve zin) voor SPRING. Voorstellingen worden in dit deel van de wereld nooit gekozen of gediskwalificeerd op basis van een gebrek of een teveel aan naakt. Bij een recent bezoek aan BIPOD, een spannend internationaal platform voor hedendaagse dans en performance, in Beirut, Libanon, blijkt dat nog altijd op heel veel plekken niet mogelijk te zijn. Daar bestaat bijvoorbeeld een censuurcommissie die zich soms bemoeit met de artistieke invulling van een voorstelling. Dikwijls gaat het om te veel bloot of een te expliciete seksuele referentie, of soms gewoon om pure, willekeurige artistieke inmenging.
De artiesten en programmeurs uit de regio gaven andere voorbeelden: in Iran is dansen op een podium illegaal en strafbaar. Als oplossing wordt een dansfestival er ‘bodies in movement’ genoemd. En een dansduo wordt een duet van twee performers die elkaar nooit aanraken. Maar ze dansen wel blootsvoets: een daad van verzet waarvoor de festivaldirecteur als het misgaat achter de tralies kan belanden. Hun censuurcommissie vertakt zich bovendien tot in het buitenland. Ook in Beirut zit de Iraanse censuurcommissie vermoedelijk in de zaal om te zien of vrouwelijke Iraanse performers wel degelijk ook daar met een hoofddoek op het podium staan. Maar de Libanese media is behoorlijk vrij en laat bij het minste ingrijpen van de censuur van zich horen. De jonge Turkse festivalprogrammeur die een festival in Istanbul trekt, geeft aan dat in principe alles kan in zijn context, maar dat de Turkse machthebbers alle media in hun macht hebben. Die media nemen ook zelden de verdediging van voorstellingen en artistieke projecten op zich. (Ook dat werd de weken daarop pijnlijk bevestigd, door het gevangennemen van de Nederlands-Turkse journaliste die zich kritisch had uitgelaten over Erdogan.)

Opeens werd het evidente naakt, de aanwezigheid van blote lichamen op een podium, waar ik in deze contreien mee opgegroeid ben, een onwaarschijnlijk kwetsbaar goed. Maar ook de mogelijkheid om daar nog grenzen in te verleggen, lijkt een (even?) belangrijke factor. Niet om te shockeren. Niet om gratis succes te scoren. Niet om gemakkelijk publiek in de zaal te krijgen. Maar om telkens opnieuw het frame waarbinnen we naar de wereld kijken, te bevragen en bij te stellen. Of om telkens opnieuw eventjes door een ander frame naar de wereld te kijken.

Het kitscherige naakt van Florentina & Vincent dat wel eens het verwijt krijgt door de overheid gesubsidieerde ‘softporno’ te zijn, krijgt daardoor een andere bijklank. Met hun onschuldige erotische spelletjes, toevallige omkering van genderroles, en hun speelse benadering van het klassieke duet Shéhérazade interpreteren ze dit klassieke, Oosterse verhaal heel hedendaags. Schönheitsabend is geïnspireerd op de vertelster uit ‘Duizend-en-een-nacht’, Shéhérazade. Zij doorbreekt de spiraal van wellust, moord en wraak van de sultan door elke nacht (1000-en-één nachten lang) een verhaal mét cliffhanger te vertellen (op risico van eigen leven). Door hun exuberante en extravagante esthetiek en benadering krijgt dit verhaal een heel andere kleur. Ook het diep moraliserende karakter van het oorspronkelijke verhaal en ballet wordt met een duo als Florentina en Vincent helemaal in vraag gesteld. En meteen komen er nog een paar reflecties bij over de manier waarop lichamen geërotiseerd worden in de audiovisuele media en in de maatschappij tout court. Bovendien werpt hun re-enactment van historische transgressies een interessant licht op onze -misschien wel preutse en naakte- tijden.

HODWORKS gaat eveneens uit van klassiek ballet. Met hun typische ‘stretch’ kostuums, die ze tijdens de voorstelling geleidelijk aan verliezen, en de karikatuur die ze van klassiek ballet maken, bevraagt hun show niet alleen ’the conditions of being a mortal’ maar ook het klassiek ideaal van het dansende lichaam.

Ook Katja Heitmann vertrekt in For iTernity vanuit een klassieker: de eeuwig stervende zwaan op een door vloggers bewerkte versie van Mozarts Requiem. Ze confronteert het klassieke beeld, de ballerina die de stervende zwaan danst, met de publieke ruimte. En meteen ook met de ideaalbeelden die in die publieke ruimte gepromoot worden op affiches en billboards. Haar geklede ballerina is geen klassieke, trotse witte ballerina met ‘tutu’. Met haar zwarte korte kapsel en verlegen, rode wangen lijkt ze zich eerder te willen verbergen. Meer nog, ze wordt alleen maar zichtbaar als je als toeschouwer met een plexi-scherm voor de juiste projector zwaait en haar tot leven wekt. Zonder naakt te zijn wordt deze stervende zwaan een kwetsbare ballerina die niet in de schijnwerpers wil staan, nauwelijks wordt opgemerkt door passanten ook al zit ze haast bij hen aan tafel.

Kwetsbare lichamen in de publieke ruimte. Met Blue Tired Heroes kiest Massimo Furlan eveneens voor het omkeren van heersende heroïsche beelden. Het archetype van superman, de viriele, mannelijke redder in nood buigt hij om en confronteert hij met de realiteit waarin ook ‘superheroes’ met bovenmenselijke krachten gewoon oud worden. Hij steekt 70-, en 80-jarigen in een supermanpak en laat hen verschijnen in de straten van Utrecht.

Viriliteit en kwetsbaarheid, archetypes en hoe culturele tradities die in stand houden, is het onderwerp van Simon Mayer. Als Oostenrijkse danser en muzikant groeide hij op met volksdans en volksmuziek. In Sons of Sissy bevraagt hij het conservatieve imago van deze traditie en schept hij een fragiel beeld van de traditie door de vier jonge mannelijke dansers naakt te laten dansen in plaats van de traditionele lederhösen. Het stoere mannelijke van een danstraditie gericht op uithouding, krijgt een heel andere dimensie door het kwetsbare van hun naakte, zwetende lichamen. Ook het conservatieve, en de dikwijls politiek en sociaal behoudende moraal die met de Oostenrijkse volkstraditie geassocieerd wordt, krijgt zo de dimensie van een ode aan mannenvriendschap en bevraagd meteen de soms conservatieve waarden die met die tradities meegegeven worden.

Blote lijven, naaktheid, bodies on stage, en lichamen in de publieke ruimte, breekbaarheid en transgressie…. Het beoordelen van de betekenis hangt af van de context waarin het getoond wordt, maar evengoed van het verwachtingspatroon en de ervaring van de toeschouwer. Zeker is dat de (atypische of afwijkende) representatie van lichamen op de scène en in de publieke ruimte keer op keer de nodige vragen oproept. Transgressie herkadert moedwillig. Afwijkende representatie van lichamen herframed bewust of onbewust. En dat is een te koesteren, want kwetsbaar, goed. Maar het is vooral ook een noodzaak omdat kaders anders vastroesten. Een harnas worden. Een onaantastbare traditie. Of een regel die langzaam onwrikbaar en heilig wordt. Dat gevaar loert overal om de hoek. Niet alleen elders. Ook bij ons.

Karlien Vanhoonacker